





|

Angst
voor de alarmcentrale (Vrijdag 29 juli)
We zijn niet zo snel op pad als we zouden willen. Drie van de vier hebben
goed geslapen, maar Veerle niet. Ze heeft last van haar maag gehad. Waarschijnlijk
iets verkeerds gegeten in het restaurant. Hoewel dat vreemd is, omdat zij
hetzelfde at als Otto, en die heeft nergens last van.
Het is mooi weer. We steken met enige spijt de rivier de Neris over, we
hadden nog wel iets langer in Kaunas willen blijven, maar we hebben ervoor
gekozen langs de Nemunas naar Klaipeda te fietsen en om dat zonder al te
veel stress te doen kunnen we beter vandaag op pad. De uitvalsweg Kaunas
uit is opnieuw een drukke, weinig aangename weg, al zijn we er deze keer
beter op voorbereid. Tot Vilkija blijft de weg druk, en er zitten ook een
paar venijnige klimmetjes is. Type Grebbeberg, en dan nog net iets langer.
Er zijn trouwens verschillende stukken waar het Litouwse landschap op dat
van Nederland lijkt, zowel de weidse als de meer heuvelachtige gebieden.
Het ziet er erg europees uit, je hebt eigenlijk niet het idee dat je in
een voormalig stuk Sowjet-Unie rijdt.
Bovenaan een van de heuvels vindt Otto dat de fietskar zich anders gedraagt
dan anders. Bij controle blijkt dat de verbinding tussen kar en trekstang
meer speling heeft dan voorheen. Zou het metaal van de stang aan het
scheuren zijn? We krijgen visioenen van alarmcentrales en noodoplossingen,
want
een gebroken trekstang kunnen we niet zelf repareren en wat moeten we
dan met de kar en wat daarin zit? We durven de stang niet los te halen
van
de kar, want als er echt een scheur zit en hij breekt hier in the middle
of nowhere zijn we letterlijk erg ver van huis. We laden zoveel mogelijk
van de zwaardere bagage uit de kar op onze fietsen en heel voorzichtig
rijden we naar het volgende dorp. Gelukkig is daar een garage met werkplaats.
Met handen en voeten maken we duidelijk wat het probleem is en al gauw
staat er een groepje monteurs belangstellend naar de fietskar te kijken.
Voorzichtig wordt de stang losgehaald en tot onze opluchting is hij niet
gebroken. Er is eigenlijk zelfs helemaal niets aan de hand met de stang
of de kar. We zetten de stang weer stevig vast en de resterende speling
nemen we voor lief. Opgelucht en ook een beetje beschaamd nemen we afscheid
van de monteurs. Van betaling willen ze niets weten, ze hebben nu toch
al een goed verhaal voor vanavond in de kroeg!
Na Vilkija hebben we regelmatig zicht op de rivier. Vroeger was dit een
belangrijke handelsroute. Maar nu is ook hier geen scheepvaartverkeer
te bekennen.
Het mooie weer verandert in erg warm weer en de tocht wordt erg zwaar.
Er is namelijk geen schaduw te bekennen langs de weg, het lijkt wel
of ze alle bomen aan weerszijden van de weg zorgvuldig hebben verwijderd.
Ook al is het op zich een bosrijk gebied. We benutten bushokjes en
andere
zeer schaarse schaduwplekjes voor pauzes, maar het blijft zwaar. Vooral
Marja heeft het moeilijk. Bij een benzinestation annex café kunnen
we in de schaduw wat drinken. Het kasteel van Panemune, één
van de belangrijkste attracties van de streek, laten we rechts liggen.
We zijn te warm en willen een kampeerplek. In het volgende dorp, Skirsnemune,
doen we inkopen en proberen in de buitenwijk te vragen naar een kampeerplek.
Dat blijkt onverwacht een probleem, want er is niemand thuis. Waar is
iedereen? Is het misschien tijd voor een kerkdienst? We gaan een dorp
verder, maar
daar vinden we ook geen goede plek. Nog een dorpje verder zien we een
bruikbare boomgaard. Het huisje erbij wordt bewoond door drie generaties
vrouwen,
die ons voorzien van een teil water waarmee we onze verhitte lijven wat
mee kunnen afkoelen.
  
© Otto Cox 2005/6
|
|