![]() ![]()
|
![]() ![]() Klimmen en sjouwen (Vrijdag 22 juli)Het is gelukkig droog ’s ochtends. Snel de tenten opgebroken, er is hier toch weinig te beleven. Lutry beschikt over twee kleine sklepjes, van die kleine kruidenierswinkeltjes waar je van alles en nog wat kan kopen. We zijn inmiddels gewend om het te doen met wat er beschikbaar is. Er zijn geen 5 soorten limonade, maar slechts 1 of 2. Of de lekkere broodjes zijn op, waardoor je andere moet kiezen. Maar er valt goed mee te leven. Alleen met de macaroni zijn we wat kieskeurig geworden. De “gewone” macaroni zou je volgens de verpakking 6 minuten moeten koken, maar al na minder dan twee minuten heb je een onontwarbare, aan elkaar plakkende meelbal. De etappe begint met een forse klim. Eerst denken we dat het zo zwaar
gaat omdat we nog op gang moeten komen, maar als we boven zijn zien
we aan de
prachtige uitzichten op het heuvellandschap hoe hoog we zitten. Een tweede
klim staat op de kaart bij Reszel aangegeven: minstens 8%. Maar die valt
mee. Hij is wel steil maar niet zo lang en we zijn snel boven. Bij de weg naar Ketrzyn
staat een bordje “Oblast”: de weg is afgesloten wegens werkzaamheden.
Eén van de handelaren vertelt in het Duits dat je er met de fiets
wel langs kan. De werkzaamheden blijken te bestaan uit het vervangen
van een brug over een riviertje. Maar inderdaad: voor fietsers en voetgangers
is een noodbruggetje gebouwd. De tocht gaat verder door een mooi, glooiend landschap met huisjes die qua bouwstijl Duits aandoen. Ook het wegdek blijkt ineens Duits aan te doen. Oostduits wel te verstaan, want we worden getrakteerd op ruim 4 kilometer slecht liggende kinderkopjes. Dat schiet niet op. Na twee kilometer rammelen komen we een bordje tegen dat waarschuwt voor hobbels in de weg. Kan het nog erger dan? We zijn blij als we weer op een matige asfaltweg mogen rijden. Al moeten eerst de losgetrilde bouten van Veerles bagagedrager worden vastgezet. De weg voert ons tussen twee grote meren door, het landschap is zeer de moeite waard. Het kleine plaatsje Harsz aan de overkant van de meren schijnt een kleine boerderijcamping te hebben. Maar we besluiten door te fietsen naar Kruklanki, ook al is het inmiddels over zevenen. Kruklanki heeft namelijk volgens de gids heel veel boerderijcampings en zo’n ruime keus ziet er aantrekkelijk uit. Het landschap blijft mooi en de weg is erg rustig. Een dik uur later rijden we Kruklanki binnen, mooi volgens plan. Kruklanki heeft echter een gebrek aan richtingaanwijzers. Eerst zijn we een tijd bezig om het centrum van het dorp te vinden, en waar zijn dan toch al die boerderijcampings? Navraag leert dat er twee campings een dikke drie kilometer verderop moeten zijn. Vermoeid stappen we op de fiets en vinden inderdaad de straatnaam waar de campings zouden moeten liggen. Maar geen camping te zien. Het is nu negen uur en het begint te schemeren. Even buiten Kruklanki hebben we wat caravans in het bos zien staan, dus gaan we daar maar heen. Er staan links en rechts caravans, maar het is niet duidelijk waar een beheerder is, ook als we bij een soort boerderijgebouw gaan kijken laat niemand zich zien. We zien geen watertappunt en geen toilet. Omdat het zo laat is besluiten we de tenten gewoon maar onder de bomen op te zetten. Dan zien we wel of er iemand komt. Met een mooi staaltje teamwerk vestigen we een recordtijd tentopzetten. We dineren met water, overgebleven brood en koekjes en rollen vermoeid de slaapzakken in. Het was een mooie maar ook heel lange etappe.
© Otto Cox 2005/6 |
![]() |