





|

Voorzichtig
met de laatste slok (Dinsdag 12 juli)
Vroeg vertrokken, want het zal een warme dag worden. We laten Kostrzyn
letterlijk links liggen en volgen de zuidkant van het dal van de Warta.
Vooral vanwege de warmte besluiten we de hoofdweg 22 te proberen in plaats
van de rustiger maar langere route via Osno Lubuskie en Sulecin. Het eerste
deel valt mee qua drukte, ’s middags is het drukker en uiteindelijk
zijn we wel blij als we van die drukke weg af kunnen. We maken kennis met
de Poolse rijstijl: hard rijden, maar gelukkig wel de ruimte nemen om fietsers
in te halen.

Het eerste deel voert door het Warta Natuurpark, een vlak, moerasachtig
gebied met veel vogels. Gelukkig is de weg voorzien van een bomenrij, wel
zo prettig op deze warme dag. We zien onze eerste ooievaars, iets wat dan
nog bijzonder lijkt, maar in deze vakantie heel gewoon zal worden.
Ons eerste poolse dorpje heet Slonsk. Het is karakteristiek voor de dorpjes
in dit deel van Polen: huisjes zonder bijzondere kenmerken, een paar grauwe
flatblokken, een opgeknapte kerk, een paar kleine sklepjes (winkeltjes)
en een eenvoudig cafeetje. In dit geval gelukkig met een terrasje in de
schaduw. Houten bankjes en tafeltjes, duidelijk niet geschikt voor de luxetoerist
maar wij vinden het prima. Otto maakt kennis met de Kawa naturalna: een
schep gemalen koffie in het kopje en heet water erop. Roeren, de koffie
laten bezinken en dan drinken. De kwaliteit blijkt wisselend, van matig
tot verrassend goed. Maar Otto leert vandaag wel dat je de laatste slok
voorzichtig moet nemen!
In het volgende dorp, Krzeszice, hebben we oponthoud. Veerle merkt op dat
haar fiets zo slingert. De oorzaak is snel duidelijk: een stang van haar
voorbagagedrager is gebroken. In de schaduw van wat grote bomen inspecteren
we de schade. Een langsfietsende Pool stopt en denkt –in het Pools-
hardop met ons mee. Otto improviseert door de stang te spalken met een
metaalstripje, ijzerdraad en plakband. Een improvisatie die het ruim twee
weken zal uithouden (daarna is het metaalstripje vervangen door een iets
steviger exemplaar dat het de rest van de vakantie heeft gehouden).
Het landschap wordt wat glooiender en bosrijker. De weg wordt echter ook
drukker en het is erg warm. Een elektronisch informatiebord geeft aan dat
het wegdek een temperatuur van 52 graden moet hebben. En inderdaad begint
het asfalt hier en daar te plakken. We zijn blij als we bij de splitsing
komen en rechtsaf een iets rustiger weg door de bossen naar Lubniewice
kunnen nemen. Daar zou, volgens informatie van de tourist information in
Kostrzyn en volgens de brochure van de Fietskaart Informatie Stichting,
een kampeerterrein moeten zijn. Een plattegrond in het dorp geeft inderdaad
3 kampeermogelijkheden aan. De eerste, bij een aantal vakantiehuisjes,
oogt geheel verwaarloosd en verlaten. De tweede, zo blijkt bij navraag
in een winkeltje, is opgeheven. De derde zou gevestigd zijn in een vakantiepark.
Het hoofdgebouw oogt alsof het indertijd is gebouwd voor collectieve vakanties
van het communistisch partijkader. De receptioniste spreekt gelukkig engels,
maar kan ons geen kampeerplek bieden. Van haar baas mag ze alleen –tegen
een flink bedrag- vakantiehuisjes verhuren. We dringen aan en geven de
kinderen opdracht zielig te kijken. De receptioniste heeft met ons te doen
en verwijst ons naar een kennis die een paar honderd meter verderop een “agrotouristyk” heeft
met een boomgaard.
Dat blijkt een gouden greep. Een ruime boomgaard met
veel schaduw, aan een meer, met gebruik van wc, douche en een keukentje
in het huis. Gebruik van een roeibootje is bij de prijs inbegrepen. Het
kost geen moeite te besluiten hier twee dagen te blijven.
Supermarkten (Woensdag 13 juli)
Het is opnieuw warm, maar vandaag hebben we er geen last van. We luieren
en lezen in de boomgaard en gaan met het bootje het meer op. Lubniewice
is duidelijk gericht op recreatie, er is zelfs een aardig pleintje met
enkele restaurantjes en terrasjes. En zelfs twee supermarkten. De ene
is gevestigd in een communistisch betonblok met grote ramen. Een grote
toonbank
scheidt de klant van de koopwaar. Door aanwijzen en een enkel woordje
Pools (zoals “mleko” voor melk en “chleb” voor brood)
lukt het om de gevraagde waren te verkrijgen. De andere supermarkt was
in eerste instantie niet opgevallen. Wel een groot grauw appartementengebouw
waar toch wel veel mensen in- en uitliepen. Bij nadere inspectie bleek
hier een vrij grote supermarkt te zitten met een breed assortiment. ’s
Avonds in het dorp prima gegeten voor weinig geld.
  
© Otto Cox 2005/6
|
|