





|

Oblast (Maandag 18 juli)
We informeren of er campings in de omgeving van Torun zijn, maar de campingbeheerder
weet ook geen andere dan de stadscamping. Jammer. Op aanraden van de
beheerder gaan we niet langs Inowroclaw (is volgens hem niet zo bijzonder),
en nemen
we een rustige weg meer in het noorden. We steken voor de laatste keer
de Notec over, we gaan vandaag van het stroomgebied van de Oder naar
dat van de Wisla. We rijden via mooie, rustige wegen naar Gniekowo.
Langs de
drukke rondweg zien we een aardig hotelletje liggen. We trotseren een
klein stukje druk verkeer en zitten weldra aan prima Zurek- en goulashsoep.
Net
op tijd, zo blijkt, want even later wordt er een touringcar vol ouderen
uit Surhuisterveen geleegd, die vervolgens allemaal in het nederlands
een maaltijd proberen te bestellen. Als wij weer op de fiets stappen
zijn zij
nog lang niet klaar. De kortste weg naar Torun is de drukke hoofdweg
15. Erg onprettig om te fietsen, daarom nemen wij een binnenweg richting
Cierpice
aan de Wisla. We stuiten al snel op een bord met het woord “Oblast” en
we weten na een week Polen (een week pas? Het lijkt langer...) dat dat “omleiding” betekent.
Het bord geeft aan dat er verderop werkzaamheden zijn. We besluiten de
gok te wagen en hopen dat die werkzaamheden niets te maken hebben met een
brug een paar kilometer verderop. Dat blijkt mee te vallen, er wordt wel
gewerkt aan de berm maar we kunnen verder langs de mooie en rustige weg
door het bos. Bij Cierpice komen we bij de Wisla maar we zullen de rivier
pas zien als we bij Torun komen.
Via binnenwegen bereiken we tegen drieën
Torun. Uit de informatie hebben we geconcludeerd dat de stadcamping van
Torun op de noordoever naast de brug ligt. Op de plek waar we de camping
verwachten liggen een hotel en een zwembad. Navraag ter plaatse helpt niet,
dus gaan we naar de tourist information in de oude stad. Nu blijkt dat
de camping op de zuidoever ligt, vlakbij de plaats waar we de Wisla overstaken.
En nee, er zijn in de omgeving van Torun geen andere, rustige campings,
ook niet bij de boer. Een gat in de markt lijkt ons. Als troost pakken
we eerst een terrasje op de Markt van Torun. De camping heeft een aardig
terrein, maar is niet bijzonder gezellig en je hebt inderdaad nogal wat
verkeerslawaai. Desondanks zullen we er twee nachten zonder problemen slapen.
Alle supermarkten blijken op de noordoever te liggen, dus na het tent opzetten
steken Otto en Marja de Wisla weer over om boodschappen te doen en nog
een klein stukje Torun te bekijken.
Taart per kilo (Dinsdag 19 juli)
Vandaag is bestemd voor bezoek aan Torun. Het is – met Olsztyn-
de enige grotere Poolse stad die we zullen bezoeken. Bovendien is Torun
in
beide wereldoorlogen wonderwel gespaard gebleven en heeft het een stedenband
met onze woonplaats Leiden. Van dat laatste hebben we overigens in Torun
niets kunnen bespeuren.
We besluiten te voet Torun in te gaan. Dat bespaart ons de zorg onze fietsen
in de gaten te moeten houden. We lopen de lange brug over de Wisla over
en hebben een mooi zicht op de oude stad. De Wisla is een grote rivier,
maar het valt op dat er eigenlijk geen scheepvaartverkeer te zien is, op
een enkele rondvaartboot na. Een heel verschil met de Nederlandse grote
rivieren. Torun is een leuke stad, met mooie gebouwen, gezellige straten,
veel winkels, terrasjes en restaurants en niet al te toeristisch. We beginnen
ons bezoek met taart bij een banketbakker annex koffiezaak . Want Veerle
had nog verjaarstaart tegoed. In eerste instantie schrikken we van de toch
wel forse prijzen die bij de verschillende soorten gebak staan. Tot we
erachter komen dat het de prijzen per kilo zijn. Hier wijs je blijkbaar
aan hoeveel taart je wilt en betaal je naar gewicht. En dan vallen de prijzen
ineens heel erg mee en volgt een overvloedige taartmaaltijd.
 Torun
heeft diverse musea en monumenten die je kan bezoeken, maar wij kiezen
voor een stadswandeling en winkels kijken. We lunchen op de
markt met traditionele
Zurek-soep, geserveerd in een kom van brood. Niet slecht, maar onze
Zurek-connaisseur Otto heeft zowel soep als broodkom wel eens beter
gegeten. Na de lunch
splitsen we: Marja en Veerle willen even serieus shoppen. En Otto en
Bart willen naar het station. Dan kunnen ze gelijk even kijken hoe
je het handigst
met de fiets op het perron komt. Dat blijkt een goed idee, want het
blijkt dat we niet moeten opstappen in Torun stad, maar in het andere
station
Torun Glowny, vlakbij de camping.
Aan het eind van de middag stort een wolkbreuk zich uit over de stad.
Otto is dan net bij de fietsenmaker voor een kleine reparatie aan
de bevestiging
van het spatbord (kostte de fietsenmaker een klein half uur, maar
nee, hij wilde er geen geld voor hebben). De andere drie schuilen in
een
portiek van een winkel en kijken naar een mevrouw wiens naaldhak
tussen de kinderkopjes
vast is blijven zitten. Dat geeft het nodige amusement. Zielig daarentegen
is een vogel die geblesseerd op straat zit en ernstig aan het verregenen
is. Gelukkig ontfermt een Poolse vrouw met kind zich over het slachtoffer.
Inmiddels is het etenstijd en voor de afwisseling kiezen we voor
een Mexicaans restaurant. Redelijk tot heel goed eten, maar opnieuw
heeft één
van de vier, dit keer Marja, een matige maaltijd met halfgare tortilla’s.

  
© Otto Cox 2005/6
|
|