





|

Treinen
(Woensdag 20 juli)
Vandaag met de trein naar Olsztyn. Natuurlijk hadden we die kleine 200
kilometer ook kunnen fietsen, maar dan hadden we 2 rustdagen moeten inleveren
en het moet wel vakantie blijven. De trein die we hebben uitgezocht vertrekt
pas tegen half 2, dus hoeven we ons niet te haasten. Marja en Bart hoeven
Torun niet meer zo nodig in, dus gaan Otto en Veerle boodschappen doen.
Naast de gewone boodschappen slaan ze nog even een extra voorraad Torunse
peperkoek in, de plaatselijke specialiteit die in de smaak is gevallen.
Ruim op tijd rijden we naar station Torun Glowny. De verkenning van gisteren
werpt zijn nut af: ten eerste zijn we op het juiste station, ten tweede
hebben we een route zonder trappen en ten derde weten we dat de lokettisten
uitsluitend Pools spreken. Om misverstanden bij de kaartverkoop te
voorkomen hebben we op papier gezet wat voor kaartjes we willen en
dat werkt goed
uit. De Poolse spoorwegen blijken een ingewikkeld gezinstarief te hanteren
waardoor geen twee kaartjes dezelfde prijs hebben. Duur is zelfs het
hoogte tarief niet. De stationshal is weinig inspirerend, er is een
tijdschriftenkioskje, een koffie- en een snoepautomaat. Middenin staat
een grote perspex collectebus
voor een of andere kerkelijk doel. We zien hoe een bedelaar de collectebus
bekijkt, naar buiten loopt, terugkeert met een lang stuk ijzerdraad
en in de bus begint te vissen. Moeten wij hier wat van zeggen en zo
ja,
in
welke taal dan? Voordat wij dit dilemma hebben opgelost verschijnt één
van de lokettistes. Voor zover wij de conversatie kunnen volgens vraagt
ze want de bedelaar wil en antwoordt die dat hij een briefje in de bus
heeft laten vallen. De lokettiste reageert effectief door aan te bieden
een sleutel te halen en het briefje eruit te halen. Waarna de bedelaar
schielijk verdwijnt....
Tijd voor de trein. Gelukkig kunnen we de sporen
hier gelijkvloers oversteken, dat scheelt een hoop gesjouw op trappen.
In Nederland zou dat absoluut verboden zijn en met het drukke treinverkeer
ook onverstandig, hier in Polen zijn we lang niet de enige en moet
je zelf maar opletten of je niet onder een trein komt. Op het moment dat
onze trein
zou moeten aankomen begint de stationsomroep een aantal voor ons onverstaanbare
mededelingen uit te braken. Een vertraging, een spoorwijziging of zou
onze trein helemaal zijn opgeheven? Maar met een kleine vertraging loopt
de
trein het station binnen. De fietsenafdeling oogt ruim, maar de deur
ernaartoe is smal en de wagon hoog. Dat is dus even stevig tillen. De treinreis
verloopt
rustig en comfortabel. Op het laatste stuk lopen we wat vertraging
op. In Olsztyn blijkt waarom: wegens werkzaamheden aan de bovenleiding
is de
stroom uitgeschakeld. Daarom is er een diesellocomotief voor onze elektrische
trein gezet.
Olsztyn is een vrij grote, drukke stad met een oud centrum.
Mede door de ligging in het merengebied oogt het veel toeristischer
dan Torun. Bij het kasteel is een volksmuziek- en dansfestival aan de gang,
waar we een tijdje naar kijken. Dan op weg naar een boerencamping iets
buiten de stad. De caravanners in Jest Amsterdam hadden die aangeraden. “Iets
buiten de stad” blijkt tegen te vallen, het is 12 kilometer fietsen
met op het eind een pittige helling op een rulle zandweg. Op het eind
komen we bij een splitsing: naar boven staat een groot bord dat naar
een camping
verwijst, naar beneden een bescheiden bordje agrocamping. Meteen komt
er van boven een man aan rennen die ons toeroept naar zijn mooie camping
met
nieuw sanitair te komen. Maar we waren al gewaarschuwd en kiezen de weg
naar beneden. Daar blijkt dat de lange fietstocht de moeite waard was:
een mooie plek aan het meer met eenvoudige maar prima voorzieningen.
En gebruik van de kano is bij de prijs inbegrepen, dus nog voor het avondeten
zitten Veerle en Bart op het meer. 
Een letter verschil en andere ongemakken (Donderdag 21 juli) Een dag dat het tegen zit. Het begint ’s ochtends al met regen, waardoor
onze plannen om vroeg te vertrekken in het water vallen. Als het een tijdje
droog is breken we Veerles katoenen tent af en hangen die te drogen in
het picknickhuisje op de camping. Net op tijd voor de volgende bui. In
de volgende droge periode weten we alles in te pakken en rijden we weer
naar Olsztyn. Het gaat goed tot vlak voor de stad. Bij stoplichten vanwege
wegwerkzaamheden raken we gescheiden in twee groepjes en prompt begint
het te hozen. Otto en Bart zoeken hun toevlucht in een poort naar een binnenplaats.
Ze staan daar droog totdat de binnenplaats is volgelopen en de poort in
een beekje verandert. Marja en Veerle schuilen onder het spoorviaduct.
Na een minuut of 20 wordt het weer droog en vinden we elkaar terug. Als
we in het centrum van Olsztyn komen is het inmiddels ruim lunchtijd en
we besluiten ons te verwennen met soep in het speciale soeprestaurant.
Een prima idee, want de soep is uitstekend en ondertussen volgt een nieuwe
hoosbui. Dan wordt het droog en het ziet er zelfs naar uit dat het voorlopig
droog zal blijven.
Nog even de banden oppompen en dan weg! Helaas, bij
het pompen breekt een onderdeel van het ventiel van Marja’s band.
De band is hard, maar als hij leegloopt zal ie nooit meer opgepompt kunnen
worden. We hebben een reserveband, maar het lijkt ons verstandig hier een
extra band te kopen. We zijn nu in een grote stad en de komende dagen zullen
we alleen in kleinere plaatsen komen. De fietsenmaker blijkt een flink
eind buiten het centrum te zitten. Gelukkig heeft hij aan band in de juiste
maat, maar het kost nogal wat tijd omdat de klant voor ons erg veel noten
op haar zang heeft (achteraf gezien was dat bezoek aan de fietsenmaker
niet nodig geweest, Marja’s band heeft het de hele vakantie zonder
oppompen volgehouden. Maar in elk geval hebben we nu een poolse binnenband).
Tegen de tijd dat we Olsztyn uitrijden is het tegen vieren. En we hadden
vandaag eigenlijk iets van 80 kilometer willen afleggen... Het eerste
deel heeft veel korte, steile klimmetjes en we komen maar moeizaam op gang.
En nog is het leed niet geleden: Verkeerd lezen van een richtingaanwijzer
levert een omweg van meer dan 5 kilometer op. Slechts één
letter verschil, waarom lijken die poolse plaatsnamen zo op elkaar? In
Barczewo (en dus niet in Barczewko) doen we inkopen en bestuderen en de
donkere wolken in het westen. We besluiten toch door te gaan, ook al is
het al na vijven. Nu gaat het fietsen gelukkig vlot. De weg is rustig en
het landschap aantrekkelijk. Nog voor zeven uur komen we in Lutry, een
klein dorp waar een agro-camping is. Het kampeerveldje aan een meer ziet
er goed uit, maar gebouwen en omgeving ogen nogal troosteloos. We aarzelen.
Maar ons eigenlijke doel, een wat grotere boerderijcamping, is nog 20 kilometer
verder en dat is ons toch teveel om deze tijd van de dag. Eén
voordeel: deze camping blijkt wel over een warme douche te beschikken.
  
© Otto Cox 2005/6
|
|