





|

Een omgbouwde woonkamer (Zaterdag 16 juli)
Veerle is jarig, maar zoals gebruikelijk wil ze niet dat anderen op de
camping dat merken. Er mag dus in geen geval gezongen worden! Maar een
feestontbijt mag wel, en Marja en Veerle gaan in de dichtstbijzijnde sklep
lekkere broodjes uitzoeken. Het blijkt een van de kleinste winkeltjes te
zijn die we op deze vakantie tegenkomen: een soort omgebouwde woonkamer.
Als er twee klanten binnen zijn, is het vol en moet je je voorzichtig omdraaien
om geen dingen om te stoten. Maar ze hebben er wel goede broodjes.
Jest Amsterdam ligt aan een meertje. Overdag, vooral in de weekeinden,
wordt een deel van het terrein gebruikt door de Polen uit de omgeving om
te zwemmen en te picknicken. Voordat Johan de camping begon, was het nogal
een ordeloze boel met halve orgiën. Daarom was de burgemeester van
het dorp wel blij met de camping, nu wordt er tenminste toezicht gehouden.
Door de warmte is er blauwalg in het meer ontstaan. Nu komt elke ochtend
de brandweer het water een beetje rondpompen en wordt zwemmen afgeraden.
Gelukkig is het niet warm meer, het weer is na de onweersbui omgeslagen.
Naast ons staan twee caravans met Nederlanders die op weg naar huis zijn
na een tocht van drie maanden door Duitsland, Polen en de Baltische staten.
Daar hebben ze alle tijd voor, want ze zijn ruim boven de pensioengerechtigde
leeftijd: 81 respectievelijk 79 jaar! We krijgen van het wat boekjes te
leen over Litouwen en informatie over hun route. Helaas weinig nieuws over
campings. ’s Middags naar het dorp, dat iets groter is dan het gemiddelde
en ook wat meer voorzieningen en oude huizen heeft. We zoeken een winkel
die taartjes verkoopt, maar dat blijkt op zaterdagmiddag niet mogelijk.
We besluiten tot een verjaardag-ijsje. Polen eten blijkbaar graag ijs,
je kan op veel plaatsen “Lody” (ijs) kopen, meestal van zeer
behoorlijke tot goede kwaliteit. Voor de prijs van één ijsje
in Frankrijk kan je hier ijs eten tot je maagkramp krijgt.
’
s Avonds gaan we eten in een restaurantje 2 kilometer van de camping. Prima
eten voor minder dan 25 euro voor 4 personen. Helaas gaat het uitgerekend
bij Veerle niet goed: op haar pizza met tonijn ontbreekt de tonijn. Die
moest dus even terug en werd opnieuw geserveerd met tonijn, helaas onder
een zeer dikke laag kaas. Maar de soep, goulash en pizza van Bart waren
uitstekend.
Het stevigste kopje koffie (Zondag 17 juli)
Uitgerust maar ook met wat spijt vertrekken we om 9 uur uit Jest Amsterdam.
Gelukkig is het nu goed fietsweer, soms bewolkt, soms zonnig, wind mee
en niet te warm. We rijden vlot door een mooi, licht heuvelachtig landschap
via Margonin naar Golancz. We proberen er wat te drinken maar er is alleen
een wat ongezellig terrasje waar we wel koffie kunnen krijgen maar geen
frisdrank. We drinken wat van onze eigen limonade en gaan door. Bij de
kerk blijkt het katholieke karakter van Polen: die is zo vol dat de mensen
buiten staan om de dienst te kunnen volgen. Zo’n 6 kilometer verder
blijkt dat Bart zijn bidon heeft laten staan. En dat is een bidon die hij
van Veerle heeft geleend met handtekeningen van hockeykeepers erop. Otto
laat kar en bagage achter en komt een half uur later met bidon weer terug.
Weer op weg worden we opgeschrikt door politiesirenes. We kijken rond maar
zien nergens een aanstormende politieauto. Het geluid blijkt uit een boomgaard
te komen, waar de sirene dienst dient als vogelafschrikmiddel.
Het landschap wordt kaler. We komen door Wapno, één van de
meest trieste plaatsjes die we in Polen hebben gezien. Een grote, vervallen
fabriek die duidelijk al enige tijd gesloten is. Daaromheen grauwe flats
en kleinere huisjes, allemaal in min of meer vervallen staat. Een paar
hele kleine winkeltjes en een grauw cafeetje. Rondhangende mensen die duidelijk
niets te doen hebben.
In het volgende plaatsje, Damaslawek, zit gelukkig wat meer leven. We drinken
er wat op een terras en Otto krijgt het stevigste kopje koffie van de hele
vakantie. Er trekt een lange stoet Nederlandse campers en caravans voorbij. “Die
zien we vanmiddag op de camping terug,” voorspelt Otto en hij zal
gelijk krijgen. De reis voert verder naar Znin. In tegenstelling tot eerdere
stadjes staan hier nog vrij veel 19-eeuwse gebouwen. Ook Znin heeft duidelijk
betere tijden gekend, maar het heeft toch enige sfeer. We komen langs het
station van de smalspoorlijn Znin-Biskupic. Dat geeft oponthoud, want Otto
en Bart moeten natuurlijk even kijken en een foto maken. Helaas geen tijd
voor een treinritje en ook niet voor het openluchtmuseum in Biskupic. De
weg van Znin naar Barcin is landschappelijk de moeite waard. Na Barcin
wordt het landschap verpest door een enorme cementfabriek. De weg is hier
ook erg slecht, waarschijnlijk door het vele zware verkeer. We zijn blij
dat we hier op zondag langskomen en er geen vrachtverkeer is.
In het dorp
Pakosc komen we niet, want de camping ligt 6 kilometer buiten het dorp
aan een meer. Ook deze camping wordt door Nederlanders gerund, in dit
geval door twee Brabantse broers. De ontvangst is vriendelijk en er
is niets
mis met de camping, maar toch voelen we ons op de één of
andere manier minder thuis dan in Jest Amsterdam. Het is wat meer Brabanders
onder elkaar, misschien ook doordat juist deze dag veel vaste gasten
uit Brabant aankomen. Op de camping staat een groot bord met in het Nederlands
informatie over wat er in de omgeving te zien is. Dat is best veel, maar
het meeste ligt voor ons teveel buiten de route.
Zowel deze camping als Jest Amsterdam bieden overigen Nederlands leesvoer:
kampeerders die boeken uit hebben laten die soms achter, anderen kunnen
die dan weer lenen of soms ruilen. Hadden we dat geweten dan hadden
we misschien minder boeken mee hoeven te slepen!
  
© Otto Cox 2005/6
|
|