





|

Grauwer
dan grauw (Donderdag 14 juli)
Ook in contacten met Polen die engels spreken kan het tot misverstanden
komen. Bij het afrekenen van de Argotouristyk blijkt dat de eigenaar dacht
dat wij met zijn tienen waren in plaats van met zijn vieren. Oorzaak: wij
hadden het bij aankomst over “tent”, hij hoorde “ten”,
want hij kende het woord “tent” niet. Het misverstand wordt
snel opgelost en wij leren het Pools voor tent: namiot.
Het eerste deel van de tocht gaat door een mooie, heuvelachtige streek
naar Skwierzyna. Een wat groter plaatsje met zelfs een voetgangersgebiedje,
maar verder weinig inspirerend en er is nergens een terras te vinden. Na
inkopen in de supermarkt en het nuttigen van die inkopen op een bankje
besluiten we te kiezen voor een lange rit naar Krzyz. Eerst naar het noorden,
naar het dal van de Notec, daarna de Notec volgend tot Drezdenko. Afwisselend
bos en open gebied. Het fietsen valt wat tegen. In de eerste plaats omdat
het erg warm is en het verkeer, vooral op het eerste stuk, drukker is dan
gehoopt. De dorpjes zijn erg klein en niet het beschrijven waard. De weg
is ruim voorzien van gaten en in sommige dorpjes ligt alleen een smalle
strook kinderkopjes. Otto ziet het enige café met terras over het
hoofd, zodat we uiteindelijk op een parkeerplaatsje in een bos wat eten
en drinken. We hebben wind tegen, maar met deze warmte is dat nog altijd
beter dan geen wind. Tegen vieren komen de grauwe flatgebouwen van Drezdenko
in zicht. Drezdenko blijkt echter een aangename verrassing, een aardig
centrumpje met een leuk terrasje. We besluiten nog geen boodschappen te
doen, dat kan wel in Krzyz, een plaats die net zo groot is als Drezdenko.
Tegen
zessen komen we, warm en moe, aan in Krzyz. Dat blijkt grauwer dan grauw.
Het is een spoorwegknooppunt en industriestadje dat duidelijk betere
tijden heeft gekend. Er is maar één kleine supermarkt met
een beperkt aanbod. De camping is in Lubcy Maly, zo’n 10 kilometer
ten oosten van Krzyz. Deze is onderdeel van een ecologische boerderij.
Eenvoudig maar prima uitgerust met schone toiletten en douches met warm
water op zonne-energie. De eigenaars, Anna en Pjotr, zijn heel aardige
mensen die veel over omgeving weten. De boerderij laat ook wat zien van
de armoede in Polen. Zo ontbreekt de achterdeur. In de winter wordt deze
dichtgespijkerd om het binnen warm te houden en ook wordt een aantal kamers
dan niet gebruikt. Niet ongebruikelijk in Polen.
De warmste dag (Vrijdag 15 juli)
Het belooft net als gisteren weer een heel warme dag te worden (later
blijkt dat de temperatuur plaatselijk rond de 35 graden zal liggen).
Eigenlijk
hoeven we niet zo nodig weg, maar er is op de camping geen spatje schaduw,
dus blijven bakken is geen optie. We gaan vrij vroeg weg, om 9 uur zitten
we al op de fiets. We willen ’s ochtends zo ver mogelijk zien te
komen, indien nodig ’s middags op een schaduwplek rusten en als
het echt te heet is ’s avonds tussen 7 en 9 nog een stuk rijden.
Of we ons doel, Szamocin, halen zien we wel. Vanaf het begin is het al
warm. We zorgen
ervoor genoeg te drinken, maken korte stops op schaduwplekken en trappen
door. Even na 11 uur komen we, wat eerder dan verwacht, in het volgende
wat grotere plaatsje, Czarnkow. Het enige terrasje is op het plein met
uitzicht op de T34-tank van een russisch oorlogsmonument. Het tweede,
naar verwachting zwaarste deel van de etappe begint met een flinke klim
het
dal van de Notec uit. Het is pittig, maar we doorstaan het verrassend
goed. En het volgende stuk gaat beter dan verwacht. Eerst een open stuk,
daarna
een bosgebied. Na Sarbia is het heel rustig, je komt nauwelijks verkeer
tegen. Twee Polen op brommertjes tuffen ons voorbij. Waarschijnlijk bosarbeiders,
gezien de grote bijlen die ze onder de snelbinder hebben.
Veel eerder dan gedacht komen we in Chodziez aan. Een van de eerste dingen
die we tegenkomen is een vrij grote –en koele!- supermarkt. Verder
heeft Chodziez een aardig stadsplein, helaas zonder terras. De laatste
etappe naar Szamocin is niet zo lang meer, maar valt door de warmte toch
niet mee. Rond kwart over vijf komen we aan bij de camping. We zijn moe,
maar we hebben de warme en vrij lange etappe (85 kilometer) verrassend
goed doorstaan. De camping heet “Jest Asterdam”: “dit
is Amsterdam”. En inderdaad, de camping is opgezet door Johan, een
Amsterdammer die is getrouwd met de Poolse Barbara. We hebben het normaal
gesproken niet zo op campings vol Nederlanders, maar door de warme en tegelijk
ontspannen ontvangst voelen we ons gelijk thuis. We krijgen een mooi plekje.
Net als we in onze slaapzakken liggen gaat het hevig onweren. Onze nieuwe
tent blijkt waterdicht.
  
© Otto Cox 2005/6
|
|