![]() ![]()
|
![]() ![]() Wat wilden ze toch? (Zaterdag 30 juli)Het is al mooi weer als we wakker worden. Het belooft weer een warme dag te worden. In de loop van de dag zal gelukkig blijken dat het niet zo warm wordt als gisteren, en dat de weg door veel meer schaduwrijke streken voert. We breken op onder grote belangstelling van de bewoners. De volgende grotere plaats, Jubarkas, is vlakbij en we zijn daar binnen een kwartier. Het is een saai plaatsje waarvan het centrum vooral uit flats bestaat. Gisteren hadden we ontdekt dat we nog een vijftigtal Zloty’s hadden en Otto vervoegt zich manmoedig in de rij in het bankgebouw. De Zloty is wel niet veel waard, maar het is toch zonde ze niet te gebruiken, nietwaar? Helaas: de bank blijkt geen zloty’s te wisselen. Dan maar verder naar Smalinkai, waar we koffie willen drinken. Het is een mooie weg door de bossen. Smalinkai is een dorpje dat voor de eerste wereldoorlog de grensplaats was tussen het Duitse en het Russische keizerrijk. Wat stenen barakken en veel stenen huizen doen aan deze tijd herinneren. Het enige café blijkt echter gesloten. Dan kopen we maar wat te drinken bij de kruidenier en vervolgen onze weg. De Nemunas is vanaf hier de grensrivier met Rusland, om precies te zijn de enclave rond Kaliningrad, die sinds de onafhankelijkheid van de Baltische staten van de rest van Rusland is afgesneden. In het volgende dorp, Viesvilé, is ook al geen café dat open is. Onder de bomen van een soort brink of dorpsparkje eten we onze lunch. Er stopt een auto waar vier jonge mannen uit stappen. Eén van hen komt op ons af. Wat achterdochtig kijken we of onze fietstassen goed dicht zijn, maar hij spreekt ons vriendelijk aan. Na wat pogingen in het duits laat hij weten dat hij een jaar in Spanje is geweest, en hij besluit het gesprek in het spaans voort te zetten. Dat verder alleen Bart een enkel woord spaans spreekt mag de pret niet drukken. We begrijpen wel dat hij ons wijst op een meertje dat vlakbij is en waar je prima kan zwemmen. Wij hebben daar geen zin in, maar de jongeman geeft niet op en gaat met zijn vrienden naar het meertje en komt even later terug om te vertelen hoe lekker het water is. Maar wij hebben nog steeds geen belangstelling. We krijgen een hand en de jongemannen gaan huns weegs. We weten nog steeds niet goed wat ze nu echt wilden. Vlot rijden we door een afwisselend landschap verder.
Bos, een rivierdalletje en dan een wat noordfrans aandoende helling op
naar het volgende dorp,
Vilkyskiai. En jawel, er is een “baras” (café) en
die is open. We willen op het overdekte terras gaan zitten, maar dan
blijkt
dat de baras deze middag is afgehuurd voor een trouwpartij. Terwijl er
binnen gezongen wordt drinken wij buiten in het gras wat limonade uit
onze bidons. Otto en Veerle houden zich deze dag bezig het fotograferen van typisch
Litouwse huizen. Het traditionele Litouwse huis is van hout, en die zijn
in verschillende staat van verveloosheid te bewonderen, hoewel je ook wel
geverfde exemplaren ziet. Verf lijkt hier iets ruimer voorhanden dan in
Polen. Dan zijn er de oudere bakstenen en natuurstenen boerderijen en huizen,
vaak behoorlijk vervallen. Vilkyskiai kan zich op een paar zeer vervallen
exemplaren beroemen. Er blijken ook nog mensen in te wonen. Maar opvallender
dan deze vervallen huizen is het grote aantal huizen dat blijkbaar nieuw
is gebouwd, meestal van grijze betonstenen, maar er zijn ook netjes gestucte
exemplaren Een paar kilometer voor het grotere plaatsje Pagégiai kruisen we de weg van de russische plaats Sovetsk (het vroegere Tilsit, bekend van het overleg tussen Napoleon en tsaar Alexander) naar het noorden. In de verte zien we de flats en industrie liggen. Bij de kruising, onderaan een heuvel, ligt zowaar en restaurantje en het is zelfs open! Eindelijk koffie, frisdrank en ook maar weer eens een kop soep. Pagégiai is ons einddoel van vandaag en tevreden rijden we het plaatsje binnen. Vanaf hier is het in een dag te fietsen naar Klaipeda en we hebben nog twee-en-een-halve dag om er te komen. Een makkelijke dag... (Zondag 31 juli)Het belooft een makkelijke dag te worden, ook al is het ’s ochtends bewolkt en valt er zelfs een beetje regen. Het is nog maar zo’n 25 kilometer naar Siluté, het volgende wat grotere plaatsje, en van daar af is Klaipeda nog maar ruim een halve dag fietsen. En net voorbij Siluté moeten twee boerencampings liggen. We zijn laat op. Na het opbreken nemen we afscheid van de boerin -en de hond- en trappen tegen de stevige wind in naar het westen. Op sommige stukjes doen wind, wolken en landschap aan Nederland denken. Even voor twaalven bereiken we Siluté. Om deze mijlpaal te vieren besluiten we te lunchen op het overdekte terras van het enige café-restaurant dat open is. We zijn niet de enigen, en de serveerster heeft het daar duidelijk moeilijk mee. We moeten heel lang wachten op de bestelde omeletten, en als die dan komen zit er geen brood bij, en is de serveerster in geen velden of wegen te bekennen. Als ze weer in zicht komt hebben we de omeletten al opgegeten, en rest ons niets dan de rekening te vragen. Uitendelijk komt de rekening, we betalen, krijgen wisselgeld terug en constateren dat we nu meer geld hebben dan voordat we betaalden. De middag is al een flink eind gevorderd als we weer op de fietsen
klimmen. We proberen een plek te vinden bij een huis of boerderij ten noorden van Priekulé, maar voor het eerst gaat ook dat niet makkelijk. Men is niet genegen kampeerders toe te laten. Zou de nabijheid van de grote stad (Klaipeda) ermee te maken hebben? Zouden we in het open veld moeten gaan overnachten? Een glastuinder brengt uiteindelijk uitkomst. Hij wil geen tenten op zijn terrein, maar hij stuurt zijn zoons op hun fiets met ons mee om ons naar een goed adres te brengen. Het blijkt een appartementenverhuurder te zijn die ook een flink grasveld heeft. Hier kunnen we tegen betaling kamperen. Het blijkt een mooi plekje aan een rivier. We kunnen gebruik maken van het sanitair in één van de appartementen, en de fietsen kunnen achter slot en grendel in een ander appartement. Dat laatste is echt nodig, verzekert de eigenaar. Al met al is het een lange, vermoeiende dag geworden. Maar we staan goed, en het voordeel is dat we de volgende dag niet hoeven op te breken. We zijn op minder dan 20 kilometer van Klaipeda.
© Otto Cox 2005/6 |
![]() |